PROEFTECHNIEK:
DE VISUELE FASE

 
 

Dit artikel werd gepubliceerd op 08 december 2025.
De laatse aanpassing dateert van 08 december 2025.

 
 

De visuele fase is de eerste van drie fasen die deel uitmaken van het degusteren van wijn volgens een analytische benadering. Zoals de naam wellicht doet vermoeden kijken we in deze fase hoe de wijn zich in ons glas gedraagt.

De visuele fase vormt een eerste kennismaking met de wijn en geeft onmiddellijk een indicatie van wat er zich in ons glas bevindt en wat de kwaliteit van het product is. Tijdens een blinde proeverij biedt de visuele fase dan weer de mogelijkheid om te bepalen van waar een wijn afkomstig is, hoe oud hij is en welke stijl je in de volgende fasen mag verwachten.

Hieronder volgt stap-per-stap een overzicht van waar we exact naar kijken, hoe we ernaar kijken en wat het ons kan vertellen.

Helderheid

Als eerste kijken we naar de helderheid van de wijn. Hierbij stellen we ons de vraag of de wijn helder, wazig of zelfs ronduit troebel is. Dit doen we door ons glas lichtjes te kantelen en voor een witte of lichte achtergrond te houden. Bij een wazige of troebele wijn zal je zien dat er restdeeltjes in de wijn zijn achtergebleven.

Klassiek gaat de voorkeur van wijnliefhebbers uit naar heldere wijnen, omdat helderheid klassiek een kenmerk is van een kwalitatief en gezond product. Een heldere wijn is een wijn die tijdens het productieproces uitvoerig geklaard en gefilterd is. In mensentaal: De wijn is volledig proper gemaakt.

Bij een wazige of troebele wijn zien we, zoals hierboven vermeld, duidelijk dat er restdeeltjes in de wijn zijn achtergebleven. Dit kunnen bijvoorbeeld dode gistcellen, stukjes druivenschil of eiwitten zijn. Vroeger werd dit per definitie gezien als een wijn die goed was voor de gootsteen. Vandaag de dag vormt troebelheid steeds meer een bewuste stijlkeuze.

Producenten van natuurwijn kiezen er namelijk bewust voor minimaal in te grijpen op het product. Hippe vogels hebben het dan smalend over ‘minimal intervention’-wijnen. De wijnen doorgaan geen filtering of klaring. Ze mogen dan wel troebel en onverzorgd ogen, in de neus en in de mond zijn ze vaak vol en uitgesproken met een sterk aromatisch profiel.

Een heldere wijn kan aromatisch fouten vertonen, en omgekeerd kan een troebele wijn zeer complex en interessant zijn. We kunnen dus stellen dat de helderheid meer zegt over het voorkomen van de wijn dan over de daadwerkelijke kwaliteit.

Schittering

Na de helderheid kijken we naar de schittering van de wijn. Hierbij vragen we ons af of de wijn mat, schitterend of briljant is.

Houd het wijnglas licht gekanteld tegen een witte of lichte achtergrond. Bekijk vervolgens de wijn van opzij (een beetje schuin) met voldoende tegenlicht. We kunnen nu duidelijk zien of de wijn licht reflecteert (glans, schitterend, briljant) of toch eerder dof en mat toont.

De schittering vertelt ons niets over de kwaliteit, maar geeft wel hints over de herkomst van de wijn en de zuren in de wijn. Wijnen die duidelijk schitteren zijn rijker aan zuren, en vaak afkomstig uit een koel klimaat. Matte, doffe wijnen daarentegen hebben minder zuren, en komen vaker uit een warm klimaat.

Kleur

In een volgende stap nemen we de tijd om de kleur van de wijn te bestuderen. Dit doen we door naar de schakering van de wijn te kijken.

We houden het glas opnieuw schuin boven een witte of lichte achtergrond. Dit laat ons toe om de echte tint van de wijn beter te bekijken, zeker bij natuurlijk licht. Kijk om de juiste schakering te bepalen naar de rand van de wijn (de meniscus). De reden waarom we naar de rand kijken is omdat deze sneller kleurevoluties prijsgeeft dan de kern van het glas.

De schakering vertelt ons heel wat over de wijn:

  • Leeftijd en ontwikkeling. Elk type wijn (wit, rosé, rood) wordt bruiner van kleur naarmate hij ouder wordt. Een jonge witte wijn is vaak bleek of groenig van kleur, terwijl een oudere witte wijn goud- tot amberkleurig wordt. Bij rode wijn zien we dan weer dat een jonge rode wijn een paarse kleur heeft die met de tijd evolueert tot een kleur die aan baksteen doet denken.
  • Druivenras. Donkerdere kleuren wijzen vaak op druivenrassen die rijk zijn aan kleurstoffen. Cabernet Sauvignon zorgt bijvoorbeeld voor donkerdere wijnen dan Pinot Noir. Hetzelfde gaat op voor witte wijn, waar pakweg Pinot Grigio lichter van kleur is dan Chardonnay.
  • Klimaat. Warme gebieden resulteren vaak in rijpere, diepere kleuren. Koele regio’s zijn op hun beurt vaak lichter van kleur.
  • Wijnstijl of vinificatie.
    • Rijping op houten vaten kan een witte wijn geler doen ogen.
    • Oxidatieve wijnstijlen zorgen voor donkerdere, haast amberkleurige witte wijnen.
    • Maceratie, het proces waarbij wijn na het persen in contact blijft met de schil, heeft zijn invloed op de schakering. Hoe langer het contact, hoe dieper de kleur. Dit is iets wat we vooral terugzien bij rode wijnen.
  • Kwaliteit en conditie. Ongewone bruine tinten bij jonge wijnen kunnen wijzen op onbedoelde oxidatie, slechte opslag of andere fouten. Dit is louter indicatief, niet elke afwijking van de norm is per definitie een fout. Het ruiken aan de wijn kan helpen bij het bepalen of het om een fout gaat of niet.

Naast de schakering bekijken we ook de intensiteit van de kleur. We houden het glas opnieuw schuin boven een wit oppervlak. Deze keer kijken we niet naar de rand, maar wel naar het midden van het glas.

  • Een wijn met een lichte kleurintensiteit is doorschijnend, bijna waterig.
  • Een wijn met een gemiddelde intensiteit heeft een duidelijke kleur, maar is nog steeds transparant. De meeste wijnen vallen in deze categorie.
  • Een diepe, intense wijn is quasi ondoorzichtig.

Ook de intensiteit geeft heel wat prijs over wat we in ons glas hebben:

  • Rijpheid van de druif. Intense kleuren verraden rijpe druiven, volle smaken en bij rode wijnen meer tannine. Een lichte kleurintensiteit staat dan weer voor jonge, frisse wijnen.
  • Klimaat. Wijnen uit warme gebieden hebben vaak een hogere kleurintensiteit dat wijnen uit koele klimaten.
  • Wijnstijl en vinificatie. Maceratie en houtrijping zijn twee factoren uit de vinificatie die de kleurintensiteit verhogen. Het filteren en klaren van wijn verlaagt de kleurintensiteit dan weer.
  • Kwaliteit en conditie. Een te lichte kleurintensiteit bij een rode wijn die juist hoog hoort te zijn kan wijzen op een te vroege oogst. Aan de andere kant van het spectrum vinden we wijnen met een overmatige intensiteit wat kan wijzen op over-extractie. Dit resulteert in zware, bittere wijnen.

Viscositeit

Het volgende punt om aandachtig te bekijken is de viscositeit. We kijken of de tranen na het walsen snel en dun zijn, of eerder dik en traag.

Om de viscositeit te beoordelen draaien we het glas voorzichtig en traag in het rond zodat de wijn goed in aanraking komt met de zijkanten van het glas. Vervolgens houden we het glas voor ons en bekijken we de manier waarop de wijn langs de zijkanten naar beneden loopt.

Lopen de tranen (druppels) traag en dik naar beneden? Dan spreken we van een wijn met een hoge viscositeit. Deze wijnen zijn hoger in alcohol en bevatten meer restsuikers. Wanneer de tranen snel en dun zijn, spreken we van een wijn met lage viscositeit. Dit zijn vaak lichte, droge wijnen met een laag alcoholpercentage.

Wanneer de viscositeit hoger dan hoog is, spreken we over een stroperige viscositeit. Dit komen we vooral tegen bij zoete dessertwijnen.

Mousserende wijnen

Mousserende wijnen zijn nog een klasse apart. Bij dit type wijn is pareling één van de belangrijkste visuele indicatoren van kwaliteit, rijping en vinificatie. Tegelijkertijd is pareling misschien wel één van de moeilijkste visuele kenmerken om te beoordelen. Zowel de keuze van het glas als de properheid van het glas hebben onmiddellijk een grote invloed op hoe de belletjes zich gedragen.

De belletjes

Om te beginnen kijken we naar de belletjes. Zien we fijne of grove belletjes in het glas?

Fijne belletjes zijn bijna microscopisch klein. Ze zijn in grote getalen aanwezig in het glas en zijn dicht op elkaar gepakt. Ze stijgen langzaam en gelijkmatig. Bij het proeven zorgen ze voor een fijn en elegant mondgevoel.

Deze fijne belletjes duiden meestal op een lange tweede gisting op fles, typerend voor de méthode traditionelle, zoals toegepast in de Champagnestreek. Fijne belletjes zijn een teken van hoge kwaliteit.

Grove belletjes zijn groot en duidelijk zichtbaar. Er zijn er minder terug te vinden in het glas en ze liggen relatief ver uit elkaar. Ze stijgen snel en onregelmatig. Bij het proeven geven ze een grover, bruisend mondgevoel.

Grove belletjes zijn op hun beurt typerend voor de charmat-méthode, waarbij de tweede gisting plaatsvindt op grote drukvaten in roestrij staal. De focus ligt in het productieproces minder op kwaliteit, en meer op snel en goedkoop produceren. Het ontbreekt deze mousserende wijn aan elegantie.

Houdbaarheid van de pareling

Houd de pareling lang aan? Dan is dit opnieuw een mooie indicatie van een kwalitatief product. De wijn een langere rijping genoten en is vaak een stuk complexer. Verdwijnt de pareling even snel als ze gekomen is? Dan kreeg de wijn minder kans om te rijpen en is hij vaak aromatisch minder complex.

Het kroontje

Tot slot kijken we naar het kroontje. Dit is de cirkel van belletjes die zich aan het oppervlak van het glas vormt.

Bij een kwalitatief hoogwaardige mousserende wijn vormt zich een kroontje dat een tijdje intact blijft. Hoe gelijkmatiger en stabieler het kroontje, hoe rijper en kwalitatiever de wijn.

Een onregelmatig of snel verdwijnend kroontje verraadt een jonge, eenvoudige stijl van mousserende wijn.

 

BRONNEN

Algemene wijnkennis. (2014). mjPublishing nv.

Clarity | Glossary | Wine IQ | Wine Spectator. (z.d.). WineSpectator.com. https://www.winespectator.com/glossary/show/id/clarity

Jackson, R. (2009). Wine Tasting : A professional handbook Ed. 2. In Elsevier eBooks. https://www.scholartext.com/book/41001529?_locale=en

Wine Clarity: Key to Quality or Just an Appearance? (z.d.). Vino Muse. https://www.vinomuse.com/glossary/clarity